cartoon-mermaid-799837

Zaterdag liepen we naar theaterles. Mijn dochter en ik. Het regende. Ze had zich voor de gelegenheid goed aangekleed. Een sjaal, een muts, handschoenen, een regenjas en uiteraard ook een paraplu sierden haar verschijning. Ze liep er prachtig bij, vond ik. Toegegeven, ik heb bar weinig verstand van kleding keuzes. Laatst zei ze tegen mij, toen ik mee hoopvol aankleedde voor een feestje; “Mama, dat is een onnozel shirt.” Ik keek omlaag en besefte dat ze gelijk had. Plotsklaps was ik weer zestien jaar oud en werd ik uitgelachen. De kledingstukken op zich waren altijd wel leuk, daar niet van. Meestal kwamen ze regelrecht uit de verkleeddoos op zolder. De combinaties, dáár ging het vaak mis. En dat is nog steeds zo, volgens sommigen. Waaronder mijn dochter van zeven dus. Ondanks haar superieure stijlkennis, meende ik in deze situatie terecht een bijdrage te kunnen leveren.  We verschillen niet voor niets dertig jaar, toch? En dus deelde ik hem, mijn bijdrage. Met enige voorzichtigheid, dat wel. Ik ben inmiddels gewend aan haar weinig tactvolle tongval.

“Dochter,” zei ik, (ze heeft een naam maar die ga ik niet hier met jullie delen), “dochter, het regent dan wel, maar het is niet daarmee per definitie koud.” Ze keek me aan. Zei even niets. Ik wist dat ik de fout was ingegaan, maar het was te laat. Ze was al bezig met haar antwoord. “Mama,” zei ze, ” je zegt altijd tegen mij dat ik me goed warm moet aankleden. Nu doe ik het en is het weer niet goed!” Eén nul voor haar. Wat kon ik hierop antwoorden? En toch moest ik het nog even proberen. Je bent een ouder, of je bent het niet.  “Ja maar lieve schat, het is buiten vierentwintig graden!” Nu was echter de maat vol. Ze zuchtte hoorbaar. En rolde met haar zevenjarige ogen. “Als ik nat wordt, verander ik in een zeemeermin! Dat wéét je toch.” But of course. Je zeemeerminschap moet je niet rondstrooien als parels voor de zwijnen. Die moet je koesteren, als een kostbaar geheim. En dus liepen wij samen naar theater. Zij deftig als een dame,  ik in mijn versleten regenjas en broek met veel te wijde pijpen. “Mama, je sloft. Til je voeten eens op, zo verpest je je broek.”

Je zou denken dat ik hiervan leer. Maar nee dus. Gisteravond beleefden wij samen ons allereerste AvondVierDaagse. Zij omdat ze nog zo jong is en ik omdat ik voor drie kwart allochtoon ben en hier dus niet ben opgegroeid. Geconfronteerd met zo’n oer-Hollands gegeven schiet mijn allochtoonheid helaas voor de volle honderd procent lucht in. Het begon heel leuk. Uitbundig sprongen de kinderen voort, als krekels in het gras. Ik dacht nog, straks verspil je al je energie voordat je überhaupt bent begonnen, maar ik hield wijselijk mijn mond. Soms kan ik me inhouden. Keurig op tijd stapten wij allen voort, onder de vlag van de betreffende school. Ouders gewikkeld in ernstige dan wel verhelderende gesprekken en de kinderen al jubelend en al krekelend. Uiteraard had ik Buienrader niet gecheckt. En liep ik weer in een broek met wijde pijpen.

Toen kwam de eerste hoosbui en sloeg de stemming om. Gesprekken vielen stil en de kinderen sjokten zich nu stilletjes voort. Van krekels was geenzins meer sprake. Het was overleven geworden. De wind vloog ons om de haren en onze regenjassen bleken niet bestand tegen zoveel Hollandse nattigheid. Als een rouwstoet sleepten wij ons richting het eindpunt. We waren er bijna. Verkleumd en dromend over warme baden en hete chocomelk hielden wij ons op de been. Tot dat ene moment waarop de hemel zich open brak. Als een rotte ei stortte ze haar shit over ons heen. Met bakken viel het naar beneden. Hier was de zondevloed niks bij. Ditmaal sloeg de stemming hondertachtig graden om. Er was geen houden meer aan.  De vader voor mij begon. Armen zwaaiden, benen vlogen als vanzelf omhoog en de keel werd losgelaten. Oerkreten werden geslaakt. Als een vodoo priester op een ceremonie ging hij ons voort en wij volgden. De volwassenen waren nog nooit zo uitbundig geweest. En mijn dochter? Die was natuurlijk allang in een zeemeermin veranderd en had zich gedistantieerd van mij. Verstandig van haar. Dat zou ik ook hebben gedaan. Mijn broek was inmiddels zo nat en zwaar geworden dat hij van mijn billen afzakte. Ik denk dat ik hem nu moet weggooien. Vanavond weer.