vangnet-oud

 

 

 

 

 

 

“En hoe ga je ermee om dan?  Daar ben ik zo benieuwd naar…”

Ik neem een slok van mijn Orientaalse muntthee en denk even na. Hoe ga ik met de dood om? Tja. Daar heb ik verschillende methoden voor, en ze zijn niet allemaal even gezond.

Verwachtingsvol blijft ze me aan kijken met haar tachtig jarige ogen. Niet alles is toespasselijk, besef ik.

“Ik heb het probleem opgelost door een euthanasie verklaring te nemen”, zeg ik uiteindelijk. “Dat is mijn vangnet”.

Euthanasie lijkt me wel wat voor haar.

 

“Aha” zegt ze, opeens enthousiast. “Daar ben ik nu toevallig iets over aan het lezen”. Triomfantelijk haalt ze een groot, wit boek tevoorschijn, geschreven door de aanhangers van Rudolf Steiner.

De moed zinkt me meteen in de schoenen. Ik weet wat ik nu ga krijgen – een mening. Natuurlijk ben ik van mening dat iedereen in mening moet hebben. Maar dan moeten ze MIJ er niet lastig mee vallen.

Ik tracht mijn tegenzin aan te geven door mij te verzitten, maar blind als een bekeerling gaat zij verder. Lichaamstaal is duidelijk nu even niet aan haar besteed; ze spreekt de Taal der Religie.

“Volgens der grosse Rudolf Steiner gaat je ziel verloren als je zelfmoord of euthanasie pleegt“.

Ze pauzeert even, om de volle impact van haar woorden tot me door te laten dringen.

En eindigt met de volgende overtuigende conclusie; “Je levensloop verloopt dan namelijk niet op een natuurlijke manier.

Er valt een stilte tussen ons.

Wat ik hierop te zeggen heb is niet tijdens een gesprek met Orientaalse muntthee te vangen.

Ik hou het daarom maar bij het volgende:

“Vroeger mochten zelfmoordenaars niet begraven worden op het kerkhof…en hun zielen kwamen ook absoluut niet in de hemel terecht. Dit klinkt mij net zo Christelijk dogmatisch in de oren.”

Ze kijkt me lichtelijk verbaasd aan, met haar Katholieke, Limburgse roots en schud dan haar hoofd, alsof ze wakker wordt uit een droom.

Hopelijk IS dat ook zo.

Verder hebben we een leuk gesprek. We eten ieder een chocolaatje en bewonderen  haar tuin.

Die avond droom ik dat ik een bergketen beklim met een vriendin. Opeens verliest zij haar grip en stort een ravijn in. Tijdens haar vrije val is ze volledig bij bewustzijn. We houden oogcontact. Ik zie dat zij ziet wat er gaat komen en er is geen vangnet, geen kussen om de klap op te vangen.

Gillend word ik wakker in een leeg huis.

Ik pak een van mijn dochters knuffels beet en aai de kat.

De herinneringen die naar boven zijn gekomen laat ik liever liggen achter de slot en grendel van mijn eigen ontkenning. Maar ze zijn ontsnapt en spoken nu door mijn hoofd.

Daarom maak ik meteen een lijstje. Het geeft me rust, als ik ze kan vangen in woorden.

Het begon al bij mijn geboorte: eigenlijk had ik een miskraam moeten zijn. Maar dankzij medische interventie ben ik toch nog hier op aarde beland.

Daarna ging het een tijdje goed (afgezien van een halfslachtige poging om mezelf te verhongeren in de puberteit), tót ik op 22 jarige leeftijd verdronk in mijn eigen longen – de Intensive Care heeft mij weer terug gehaald. Dat heet een Bijna Dood Ervaring en was best leuk, mede dankzij grote hoeveelheden de morphine.

Vervolgens kwam De Kanker. Zonder wederom medische interventie was ik ondertussen een prachtig, schoon skelet geworden – wat mijn puberale ambities dan weer had waargemaakt, maar goed. Het mocht niet zo zijn. De moderne wereld kwam er tussen en redde mij, meerdere malen.

Van een ‘natuurlijke levensloop’ à la Steiner was dus nooit sprake, vanaf het begin niet. Feitelijk is mijn ziel daarmee allang verloren.

Dus wat gaat een beetje euthanasie dan nog uitmaken?

Ik vind het verdrietig dat een – verder ontzettend pientere – tachtig jarige vrouw zich dat moet afvragen. Dat ze zichzelf de kans op een veilige vangnet ontneemt, uit angst voor haar ziel – wat dat ook moge zijn. Dat voelt niet ‘vrij’.

‘‘Vrij zijn’ is in staat zijn om je eigen gedachten te denken’ – Steiner

Dan moet je mensen die vrijheid ook gunnen.