Volharding 1

 

is

Onlangs passeerde ik een boot (of de boot passeerde mij, wie zal het zeggen) waarop stond de – in mijn ogen – briljante naam; ‘Volharding 1′. Ik fietste langs het kanaal en had zware tegenwind. Erg Hollandse factoren waar ik helaas niet altijd tegenop gewassen ben, met mijn anderstalige bloed. Dan komt zo’n boot erg gelegen. Er verscheen zowaar een glimlach op mijn (lichtelijk verbeten) gezicht. Volharding 1! Fantastisch. Ik geef toe, er zullen vast wel poëtischer namen bestaan voor een boot, en misschien ook wel mooiere…Maar deze? Zo eentje die precies ALLES zegt wat er te zeggen valt? Een unicum, in mijn optiek. Absoluut een unicum. Hoe harder ik erover nadacht, hoe harder ik trapte en voor ik het wist, was ik de wind haast alweer vergeten. De tranen sprongen daarbij spontaan in mijn ogen en dat kwam niet enkel door de gure weersomstandigheden, kan ik U vertellen. Mijn keel kneep zich vervolgens dicht en het scheelde niet veel of ik was hardop, keihard; “JAAAAA” gaan gillen. Met alle gênante gevolgen van dien.

Ach, misschien had ik het ook gewoon moeten doen. De eenden hadden het, denk ik, niet erg gevonden. En de paar, stugge vissers die er waren zaten met de kin op de borst, (diep in half-comatoze toestand) te mijmeren over God weet wat, en hadden het vast niet eens gemerkt als ik naakt voor hun bevroren neus was gaan paaldansen op de dichtsbijzijnde iep. Dan kon mijn gilletje er vast ook nog wel bij. Tóch liet ik het na, welopgevoed als ik ben. Niettemin kon ik er (ondanks mijn correcte, Britse gedrag), obviously niet omheen: ik was geráákt. Maar wat, precies, heeft mij dan zo doen juichen, intern? Weken heb ik hierover gepiekerd. Wéken. En ik kwam er maar niet uit. Vandaar deze blog. Al schrijvend tracht ik mijzelf te ontcijferen. Lees mee, of niet. De keus, zoals altijd in het leven, is aan U.

Goed, ik was dus aan het fietsen, langs het kanaal, met zware tegenwind (had ik al gezegd, maar herhaling kan in deze geen kwaad, vind ik) om mijn dochter op te gaan halen. Haar weekend met papa was namelijk alweer voorbij. Dit is, sinds de scheiding, een wekelijks terugkerend ritueel, moet je weten; de uitwisseling van onze dochter. Het doet mij denken aan mijn eigen jeugd. Met enig verschil; ik ging slechts één keer per jaar naar mijn vader, in zonnige Zuid Afrika wel te verstaan. En dan hoefde ik heus niet achterop de fiets, in weer en wind. Nee, wij (de gezusters Cookson) vlógen. Doe maar chique! Soms wel met enige moeite, die illusie van chiqheid bewarend, dat wel… dankzij mijn niet geringe reisziekte waardoor ik, gedurende de gehele vlucht, iedereen onderkotste, mezelf incluis. Maar dat terzijde. Het vliegen was leuk, vond ik. Ondanks alles. Kennelijk was dat ‘alles’ echter nog niet volledig verwerkt, en dus projecteerde ik nu mijn ongemakkelijke, tegendraadse gevoelens aan de externe, Hollandse weersomstandigheden. Daar lenen zij zich immers uitstekend voor – en hebben daarom ook al veel te verduren gehad van mij, ondankbaar half-allochtoonse wicht die ik ben.

Maar feitelijk was de windkracht echter niet het probleem. Zo blijkt dus, achteraf. Wellicht is mijn projectie hierin zo evident als de Mount Everest voor de buitenstaander, maar ik moet, voor degenen die mij nog niet zo goed kennen, iets opbiechten; ik ken mezelf niet zo goed als ik dat denk. Dit is wel eens lastig gebleken, maar ik heb er inmiddels mee om leren gaan.  Mijn opmerkelijk fysieke reacties zeggen mij tegenwoordig (meestal) al genoeg. En zo niet, dan kan ik nog altijd schrijven. Mijn logische brein zou het anders bij god écht niet weten, negen van de tien keer. Daar heb ik totaal niks aan. Ja, ik kan mijzelf heel goed en heel lang voor de gek houden wat betreft een heleboel zaken. Welcome to humanity! Terug naar Volharding 1. Het was die een die het hem deed, wat mij betreft. Ik kreeg er gewoonweg kippenvel van. Er MOET dus ergens een Volharding twee zijn! Dit besefte ik met een uitbundigheid die ik normaal alleen reserveer voor koppen thee, chocolade en/of nieuwe boeken. Er zijn variaties van volharding mogelijk! Intrigerend. Zéér intrigerend…

Neem mijn trouwe knuffelhond Rufus. Hem heb ik leren kennen op de veerboot tussen Engeland en Nederland in. Het was 1990 en wij waren op weg naar Zeeuws Vlaanderen om bij familie te gaan wonen, mijn ouders zojuist gescheiden. Letterlijk tussen één leven en de ander in, tussen één nationaliteit en de ander in. No Man’s Land. Ik liep de souvernierwinkel binnen, zag hem staan en wist; hij is van mij. En hij heet Rufus. Alsof hij het me zelf toesprak en misschien was dat ook wel stiekem zo. We zijn nu 28 jaar verder en hij slaapt nog altijd bij mij in bed. Inmiddels begint zijn binnenkant door zijn buitenkant heen te komen maar ik vermoed dat dat hem dat alleen maar specialer maakt. Alsof hij mij wil laten zien; kijk, zó moet je uiteindelijk worden. Transparant. Want dàt is nou Volharding; jezelf laten worden wie je al, diep van binnen bent. Daar gaat tijd overheen. Laagje na laagje pel je af, tot je bij de kern komt. Ik hoop dat mijn dochter zichzelf, fietsend lang het kanaal, ook zo kan ontpellen. En anders leert ze in elk geval goed met versnellingen om te gaan. Volharding 1, 2, 3….en ga zo maar door. Soms hard en dan weer zacht trappend, tegen de wind in. Maar wel blijven trappen.

 

 

1 Comment

  1. O die arme man op de foto! De perikelen van een Hollands bestaan…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet getoond.

*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

© 2018 Nina Cookson

Theme by Anders NorénTop ↑