is-2

Begin vorige week zaten mijn dochter en ik Jeugdjournaal te kijken. Samen op de bank. Ineens kwam er een item langs die mij trof als een blikseminslag bij onweer. Gelijk een oude, dorre boom vatte ik spontaan vlam en sprong daarbij zowaar uit mijn huid van ellende. Dit alles hield ik uiteraard zorgvuldig verborgen. Brits als ik in zulke gevallen ben, bleef ik keurig op de bank zitten. Aan mij was niets te zien. Intern echter, verkeerde ik in alle staten. Dit gevoel was mij vrij onbekend. Na enige innerlijk onderzoek kwam ik tot de wonderbaarlijke ontdekking dat hij ‘woede’ moest heten. Absurd, dacht ik bij mezelf. Dat heb ik anders nooit…

Meestal ben ik vrij rustig. Althans, dat is wat ik zelf denk. Omstanders menen weleens een emotie bij mij te bespeuren, maar daar heb ik dan weer geen last van, gelukkig. Dat zij iets menen te bespeuren, is hun probleem. Ik doe immers altijd uiterst zorgvuldig mijn best om zo kalm en bedeesd mogelijk over te komen, ook naar mezelf toe (zie boven). Nu was de situatie echter dusdanig omvangrijk dat ik er niet overheen kon kijken, al mijn neigingen tot ontkenning ten spijt. Een brandend muur van verzet, puur kinderlijk verzet, belemmerde mij pardoes de weg. En dat allemaal door het Jeugdjournaal! Waarom? Dit is wat ik probeerde te begrijpen, terwijl de tv verder brabbelde en mijn dochter zich verveelde.

Er werden daar namelijk twee kinderen geïnterviewd, twee inmiddels hele bekende kinderen, die het oneerlijk vonden om te moeten verhuizen. Dat ene woordje ‘oneerlijk’ is mij in het verkeerde keelgat geschoten. Ik verslikte mij er zowat in. Zo erg zelfs dat ik de politieke achtergrond van het hele verhaal niet eens heb kunnen afluisteren (en misschien dan ook iets meer begrip voor ze had gehad, wie weet). Maar nee. Mijn gedachten raasden door mijn hoofd en gingen daarbij zo ongeveer als volgt;

Belachelijk, dat zij menen iets te moeten vinden! Naar een ander land verhuizen, met een vreemde taal, is toch niet zo’n drama? En nieuwe vrienden maak je zó. Kom op zeg. Ik was al tien keer verhuisd (voordat ik tien werd), en dat verdeeld over drie continenten. Daarbij heb ik 4 scholen bezocht, en onderwijs gehad in maar liefst verschillende drie talen. Daar had ik toch ook geen keus in? En was dat oneerlijk? Wel nee! That’s life. Ze moeten gewoon niet zo zeiken.

Mijn empathie was mij kennelijk even helemaal ontschoten.

Want daar, op mijn beeldscherm, uit het grote zwarte niets, doemden zij als ware aartsvijanden voor mijn neus op en bezorgden mij zo herbeleefde trauma’s waarvan ik niet eens wist dat ik ze bezat. Ofwel; ik was goed getriggerd.

Mijn dorre boom stond in lichterlaaie te branden als een fakkel – daarmee werd wél een zeer attente vriendin gealarmeerd, die te hulp schoot met een emmertje water en de wijze woorden; ‘Maar Nina, vehuizen IS toch ook niet leuk, als je geen keus hebt en alles en iedereen moet achterlaten?’

Toen was ik even stil. Mijn vuur doofde eventjes en de rookgordijn klaarde genoeg op om te zien wat er over was; as. Alleen maar as. Het was duidelijk een oude boom geweest, die pijn van mij – en die was nu helemaal opgebrand.

Soms is je mening, niet altijd je mening, maar een wond die spreekt namens jou.