schapenoog

Het was vijf uur en ik moest mijn dochter gaan halen. De hele dag was ik al misselijk. Eerst had ik gewoon geen eetlust. Dat was okay. Het was niet anders. Ik nam wat extra medicatie, een kwartje, in de hoop dat dit mij zou doen opleven, en belde ondertussen met een vriendin, waarbij het grootste gedeelte van het gesprek volledig langs me heen ging. Ik voelde me nogal suf en hoopte dat zij dit niet zou merken.

Nu bezorgde het idee aan eten me al braakneigingen. Bovendien had ik een overgevoeligheid ontwikkeld voor bepaalde geuren waar ik doorgaans niet van moest walgen, zoals mijn wierook. Ik voelde me weer zwanger of aan de chemo. Of allebei tegelijk…

Zo meteen moest ik nog koken! Maar wat? Niet aan denken nu. Jas aan, schoenen aan en naar buiten. Snel.

Strompelend liep ik de twee straten naar mijn dochters speeladres. Ze was er voor het eerst.

In de lift rook het vies, vies genoeg om mij te doen wensen dat ik toch maar met de trap was gegaan. Ondanks mijn brakke staat.

De moeder, een Marokkanse dame, ontving me met open armen. Haar dochter is ook enig kind en zij zit werkloos thuis, net als mij. Dat schept een band, moet ze hebben gedacht.

Ik werd op de bank geduwd en kreeg een schaal met lekkernijen voorgeschoteld. De koffie stond klaar. Ik vroeg om een glaasje water en wimpelde de lekkernijen af met een flauwe glimlach. Zo onbeleefd! Mijn ouders hadden in Saudi Arabië schapenogen gegeten, tijdens het Offerfeest van de buren. Wie was ik om dit nu te weigeren?

Schuldgevoel hield me op mijn plek, en terwijl onze dochters uitbundig verder speelden met de iPad, vertelde zij mij haar levensverhaal. We waren nog maar net in Rusland aangekomen, waar ze haar man had leren kennen (tot haar spijt, leek wel) toen ik haar abrupt moest onderbreken. Ik voelde een kotswee omhoog komen en moest vliegensvlug naar de wc rennen, waar alles van de afgelopen vierentwintig uur er in één keer uitkwam. Het was niet veel, maar toch.

Onderweg naar huis begon het bibberen. Objectief gezien was het niet eens zo koud, zelfs ik kon dat vaststellen. Zeker niet voor de tijd van het jaar.

Bij thuiskomst nam ik weer extra medicatie, ditmaal een dubbele dosering, en kroop met sjaal, muts én sloffen aan, in bed. Koken hield ik voor gezien.

Mijn dochter zette Klokhuis aan en smeerde voor zichzelf een boterham. Tevreden at ze haar avondeten helemaal alleen, voor de buis. Ze pakte zelfs een wortel, voor de groente content. Zo braaf en zoet, ik moest er bijna van huilen; in plaats daarvan kotste ik mijn medicatie in een teiltje.