Raspberry Foef

Frambozen

Mijn dochter noemt mijn kut een ‘Raspberry Foef’. Ze is meertalig. Het had ook Frambozen Foef kunnen wezen. Dat was een mooie aliteratie geweest. Maar nee. Sommige woorden blijven nu eenmaal trouw aan één taal. En zo is mijn kut een raspberry geworden en niet een framboos.

Komt door mijn rood haar. Ik ben een echte rooie, zoals dat heet. De chemo heeft mijn hoofdhaar wel wat blonder gemaakt, helaas, maar gelukkig ben ik daar beneden nog altijd rood. Daar heeft de chemo niets aangetast.

Goed, dat verklaart de framboos. Vroeger had ik helemaal geen haar, dus dan was ik vast de ‘naakte slak’ geweest, haar kennende. Als ik de Nesciobrug opfiets, met haar achterop en daar zichtbaar moeite mee heb dan ben ik immers ook al de ‘zweetezel’. Creatief is ze wel, maar niet altijd complimenteus.

Maar goed. De foef. Hoe komen we daaraan? Wel nu. Als je net als ik van je tiende tot je achtiende in Zeeuws-Vlaanderen opgroeit (waarna je heel hard, gillend weg rent richting London) dan krijg je vanzelf een aardig potje Vlaams mee. Een daarvan is het prachtig woordje ‘foef’. Ik word erg blij van zo’n woord. Dat klinkt lief en schattig. En dat is het toch ook? Kut klinkt dan weer zo rauw Hollands. Je verwacht haast tanden aan te treffen in een kut. Of op z’n minst oude stink kaas. Old Amsterdamsche Kut.
Foef daarentegen is warm en snoezig, als een wit broodje vers van de Belgische bakker. Je wilt erin gaan liggen.

Toen mijn dochter twee werd en haar wereld begon te benoemen kwam ik dus linguistisch in de knel. Alle woorden die mij ter beschikking stonden in het Nederlands en Engels waren in slechts twee categorieën te verdelen. Aan de ene kant heb je woorden als ‘crotch’ en ‘kruis’ die waarschijnlijk heel verantwoord zijn maar mij toch te androgyn overkomen. Zo droog en saai. Je kunt net zo goed meteen bij de nonnen gaan wonen als dat je referentiekader is.

Vervolgens heb je woorden als ‘cunt’ en ‘kut’ die wat mij betreft dan weer net dat tikje te ver gaan. Zie boven. Pussy had ik leuk gevonden maar ik kreeg me daar toch rare reacties op. Men vond het eerst hilarisch en toen ze doorhadden dat ik het serieus meende, toen kwam de beroemde Nederlandse aap uit de mouw. Het was te porno. Dus ja. Dat ging ook al niet door. Dan blijft er vrij weinig over, zoals blijkt.

Jongens hebben geluk. Niet alleen bezitten ze zo’n leuke tool waar je van alles mee kunt doen, ze hebben er ook nog een mooie woord voor. Piemel. Een woord waar je je niet voor hoeft te schamen, als jongen. Als man is dat wellicht wat anders, maar dan zijn er weer legio andere mogelijkheden, waarvan ‘grote vogel’ in het Italiaans mij nog steeds het meest verbijsterd. Zingt hij dan als hij gelukkig is? Of nestelt hij zich graag in een nestje haar? Waar het door komt, de Ucellone, geen idee. Grappig is het wel.

Terug naar de foef. Geen schaamte. Dat wou ik haar meegeven, met betrekking tot haar foef. Ik geloof dat ik hierin geslaagd ben. Te pas en on te pas omhelst ze vol liefde en overgave mijn schoot (ze is vier, dus het past nog perfect) en zucht ‘mama, wat heb je toch een mooie raspberry foef’.

Daar word ik erg gelukkig van. Ik hoop dat ze nog lang mag genieten van haar eigen foef. Lang leve de raspberry!

2 Comments

  1. Haha, geniaal!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet getoond.

*

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

© 2018 Nina Cookson

Theme by Anders NorénTop ↑