Pagina 2 van 5

Verlicht

dae8c8716d0e632d83894f3043941035-onthoofde-buddha

Mijn Buddha beeld is onthoofd door Toby de Kat, tijdens zijn dagelijks portie sjezen door het huis. Ondanks zijn recente sterilizatie rent hij nog steeds regelmatig rond als een kip zonder kop. Gelukkig wel een stuk minder, maar toch. Ach, ik neem het hem niet kwalijk. Het is en blijft een kat . En een jonkie nog, bovendien. Ik ben er dan ook mee opgehouden mezelf af te vragen of zijn spastisch geren een spiegel is vóór dan wel een reactie is óp mijn eigen (immer aanwezige) innerlijke onrust. Dat soort gedachten leiden mij slechts naar een diepe moeras, de Navel genaamd, waar ik vervolgens in dreig te verdrinken als ik er te lang in staar en dat is nooit zo leuk gebleken. Het is verdomd lastig klimmen, uit zo’n moeras. Maar dat geren dus. Het heeft nogal wat gevolgen. Gevolg Nummer Een is dat ik alle planten naar de balkon heb gebonjourd, waar ze nu tesamen een nutteloze dood sterven, gezien zij niet zijn gemaakt voor het leven in ‘de Natuur’. Het zijn immers kamerplanten. Maar dood gingen ze tóch, dankzij Toby’s archeologische ambities in de potgrond. Gevolg Nummer Twee is dat er nogal wat voorwerpen sneuvelen. Waaronder dus Buddha. En ik was er zo blij mee! Keek er elke dag trouw naar, in de hoop dat zijn rust enigzins op mij zou gaan afstralen. Wat het nooit echt deed, overigens, maar een mens mag immer hoopvol blijven. Toch?

Verder lezen

Goudlokje en de Twee Floepies

ricitos-de-oro-y-los-tres-osos-3-2-s-307x512

Het zat zo. Er warens eens Twee Floepies. Floepie Een en Floepie Twee, respectievelijk. Dat zij fysiek niet van mekaar te onderscheiden waren en daarbij dus geen eigen naam verdienden, bewezen zij feilloos door ook geen eigen identiteit te bezitten. Ik mocht afgelopen zomer een tijdje in hun huisje bivakkeren (een riante bedoeling overigens, net gebouwd geheel volgens milieu vriendelijke voorschriften en daarmee ook enige overeenkomsten vertonend met een Zweedse sauna, hetgeen niet onplezant te noemen was) en daarbij mocht ik dus voor deze Twee Floepies zorgen. Dit was echter niet zo evident als je zou denken, gezien hun identieke gelijkenis. Hier waren zij zich natuurlijk maar al te zeer van bewust. In eerste instantie kamen zij dan om de beurt hun eten halen. Steeds zag ik slechts één Floepie tegelijk. Ze wisselden mekaar expres af, die verrekte beestjes! Ik wist het zeker. Mij om de tuin leiden… Heel letterlijk ook, want ik héb me toch die tuin doorgelopen! Alsof een dikke zwarte kater zich onder een onvolgroeide rozenboom zou kunnen verschuilen, maar goed. Ze bleven hoe dan ook zoek. Uren heb ik daar gezeten, met de krant (een voordeel is dat ik nu wel weer op de hoogte ben, wat ik anders nooit ben) van een glaasje zeer goede wijn nippend, mij afvragend welke Floepie dit nu weer was.

Verder lezen

The Key

buddhakey

Het is me wat. Mag je op het huis passen van een vakantie vierende vriendin en dan raak je haar huissleutel kwijt. Dat daarbij ook jouw huissleutels in het niets lijken te zijn opgelost is op dat moment uiteraard slechts bijzaak. Haar sleutels daarentegen…Nondedju! Mijn hart krimpt nu nóg ineen van schaamte. Spijtig is het. Zeer, zéér spijtig. Maar goed. Mezelf erover opwinden haalt niets uit. Ze blijven zoek. Inmiddels heb ik ze laten bijmaken (er was gelukkig een buurvrouw thuis die ook een kopie bezat) en ben er redelijk overheen. Destijds echter, midden in mijn wanhoop, heb ik stad en land afgezocht om die dingen te vinden. Ben zelfs naar de politie gegaan. Er blijkt dus serieus een politie bureau te zijn, midden in hartje stad, waar men gevonden sleutels heen brengt (mits ze gevonden worden en de vinder zo eerlijk is, althans). Who knew? Ik niet, in elk geval. Briljant, vind ik het. Niet dat ik zo zeer heb genoten van de ervaring (vergeet niet, ik zat nog midden in mijn wanhoop) als wel dat ik mij er door geïnspireerd voelde raken. Nu kan ik dat zowieso al vrij snel hebben in het leven, dat ik ergens geïnspireerd door geraak. Een kleinigheid overkomt me, en dan moet ik het beschrijven, verwoorden en daarmee dus ook verteren. Want dáár gaat het uiteindelijk om in het leven: de vertering. Bij deze dus. Laten wij eens samen dit voorval verteren. Gezelliger kan haast niet.

Verder lezen

De Poep van de Duif

400px-duif

We zitten met z’n drietjes op de grond te puzzelen. Dochter, vriendin R, plus ik zelf. Een gemoedelijk, geconcentreerde samenzijn waar wij gedrieën van genieten. ‘Waar is de poep van de duif?’ klinkt het in één keer. Dochter kijkt mij enigzins verward aan. De wat? Moet zij nu serieus duivenpoep zoeken? Maar nèè…. R zoekt de duif zijn billen, natuurlijk. Dat snapt toch iedereen! Hilariteit alom. Dochter is meteen geïnspireerd en begint uit volle borst te zingen….’de poep van de duif was zoek maar de kakka lag verspreid’. Hier hoort uiteraard ook een dansje bij.  Mijn zeven jarige zelf verschuilt zich gelukkig nooit zo heel erg ver van mijn oppervlakte en ik vermaak mij dus uitstekend, onder deze culturele omstandigheden. Ondanks dit korte intermezzo, lukt het ons óók nog eens om de puzzel af te krijgen. Getuige een bijzondere doorzettingsvermogen welk doorgaans helemaal niet zo evident is op een vakantie (met dames van zeven jaar). Een vakantie in Zeeuws Vlaanderen, of all places. Ooit ben ik het gillend ontvlucht. Om vervolgens minstens één keer per jaar terug te keren. Wat zal dat toch zijn met het Zeeuwse? Ik moet het eens nader onderzoeken.

Verder lezen

Frankenstein

frankestein

In mijn eigen hoofd kan ik alles. Zo kan ik er bijvoorbeeld heel goed autorijden. Ik kan er zelfs zingen. Ik heb dan ook een steeds terugkerende dagdroom waarin ik beide skills uitstekend utiliseer door vrolijk zingend in de auto richting Frankrijk te rijden. Liefst met een hond naast me. Zo eentje met wapperende oren die uit het raam hangt. In werkelijkheid heb ik een kat, ben ik onlangs gezakt voor mijn rijbewijs en ben ik al mijn hele leven lang zeer amuzikaal. Een oud tante van mij (die het kon weten, als concertpianist zijnde) had bar weinig tijd nodig om, alleen in een kamer met mij plus haar geliefde piano, definitief vast te kunnen stellen dat ik niet muzikaal ben en dat ook nooit zal worden. Ik was zes jaar oud. Het vonnis was uitgesproken. Het punt is dat ik mijzelf die liedjes in mijn hoofd hoor zingen – en dan gaat het goed! Echt waar, in mijn hoofd zing ik als Neko Case, Feist én Tori Amos. En dat allemaal tegelijk. Zoals reeds gezegd: in mijn hoofd kan ik alles. Het probleem zit hem echter in het reproduceren. Dat is kennelijk niet zo evident.

Verder lezen

Nil Desperandum

paard

Nil Desperandum. Dat is de wapenspreuk van de familie Cookson. Een bewonderenswaardige spreuk, al zeg ik het zelf. De familiewapen, daarentegen, laat een paardenhoofd zien. Het waren paardenslachters uit Wales, oorspronkelijk. Voordat ze naar Zuid-Afrika gingen. Dus dat is er ook nog. Nil Desperandum en een paardenhoofd. Die twee vallen maar moeilijk met elkaar te rijmen, in mijn optiek. Zo’n paardenleven was absoluut géén pretje, moet je weten. Aan het eind van je (werkzame) leven werd je ‘knackerd’ verklaard en zonder pardon naar de knackery gebracht. Ofwel; het arme beest was op en werd om die reden afgeslacht. Daar sta je dan dus als paard, met je knackerd lijf. Afgedankt, afgeslacht en onthoofd. Maar… Nil Desperandum, jongens. Nil Desperandum! Was het een sadistische grap van de familie Cookson, paardenslachters pur sang? Of probeerden ze die beesten zo moed in te spreken alvorens hen naar de eeuwige grasvelden te sturen? Zoiets als zingend met de Titanic ten onder gaan? Ik kom er maar niet uit.

Verder lezen

De Inktvis

inktvis-plaatje-012

Hij staarde mij, met zijn ene oog, mistroostig aan vanuit de gootsteen waarin hij lag te dobberen. Zijn andere oog hing op zijn wang, als een traan. Ik zag hem zijn tentakels naar mij uitsteken om me mee te sleuren, de onpeilbare dieptes van de gootsteen in. Een nachtmerrie-achtige tocht dwars door de riolering van IJburg zou volgen, direkt naar zijn grot in het IJsselmeer. Hier zou hij me gevangen houden als slaaf. Om me pas na vele jaren van volmesting en treiterij heelhuids te veroberen. Dat die inktvis hartstikke dood was, deed hier helemaal niets aan af. Het is gewoon een Wetmatigheid der Natuur. Nina ziet slijmerige wezen, Nina rent gillend weg.  Wellicht dat het genetisch bepaald is? Gooi een spin of een muis mijn kant op en ik geef het liefde, een koosnaam en onderdak toe. Zo zitten mijn IJburgse ramen vól met spinnen, die elk onderhand een eigen naam plus familie geschiedenis hebben. Ik peins er inmiddels niet meer over om de ramen te lappen. Dat zou hun kolonie alleen maar verstoren. Bovendien scheelt het mij een hoop gedoe, natuurlijk. Dat ook. Maar die inktvis, die kon ik niet met zo’n zelfde laissez-faire houding laten dobberen, daar in de gootsteen. Het was hem óf mij. Dames en heren… Ik moet helaas bekennen. De Inktvis won. Ondanks zijn dode status. Wat volgt is het relaas van zijn overwinning.

Verder lezen

Kamikaze

kamikaze-big-picture-design-canvas

Toen ik IJburg voor het eerst zag, waren mijn eerste woorden; “Begraaf me liever levend.” Ik zag voor mij een kale, winderige vlakte waar duidelijk niks te beleven viel. Behalve veel wind dus.  Maar ik doe het gewoon nog! Ondanks alles, dames en heren, leef ik voort op bloody IJburg. Gescheiden, dat wel. Maar niet levend begraven. Het is me een wonder. Nog zo’n wonder; de scan uitslag was goed. Ik mag van de doktoren weer een jaartje verder. Verheugd als ik uiteraard ben, moet ik dit toch weer even verwerken. Het zet mij eerder aan het denken dan aan het feestvieren, eerlijk gezegd. Nu heb ik die neiging in het leven zowieso, maar het is duidelijk iets versterkt nu. Je stelt je toch ergens op in. Namelijk het ergste. Ik dan tenminste. Tis precies alsof ik wakker wordt uit een nachtmerrie en verbaasd om me heen kijk. Is dit mijn leven? Mag ik die écht houden? Ja dus. Dit is mijn leven. En ik mag die, voorlopig althans, houden.

Verder lezen

Demons

shining460

Bijna ging ik jullie weer lastig vallen met nog een vervolg op mijn scan ervaring. Ik kan een hoop halen, uit een zo’n ziekenhuis bezoek. Let maar eens op! Maar ik hou me in. Op den duur wordt een ander onderwerp wenselijk. Ook voor mij. Ik wacht namelijk alweer drie weken op de uitslag. Het zou vier weken hebben geduurd, maar ik heb gebeld en gezegd dat mij dat écht te ver ging. Ðat kan ik jullie niet aandoen. Dus hebben ze mijn afspraak vervroegd naar drie weken. Zeer schappelijk van ze. Ondertussen weet ik mij geen raad. Ja, de laatste uitzaaingen waren inderdaad acht jaar geleden. Ja, ja, ja en nog eens, verdorie: JA. Dat wéét ik. Maar toch. Hardnekkig is mijn hoofd. En in mijn hoofd zit, ondanks het feit dat ik nog leef, het volgende; “Twintig procent overleeft de eerste vijf jaar na diagnose. Daarna worden de percentages steeds kleiner”.  Als ik zo’n zinnetje midden in de nacht tegenkom, ben ik nergens veilig. Nog zo’n zinnetje die ‘s nachts blijft spoken: “Het is niet een kwestie óf het terugkomt, maar wannéér”. Er bestaat geen verstopplek, voor zoiets. Hij zal je altijd vinden. Feitelijk ben ik door de oog van het naald gekropen. En kruip ik nog steeds.

 

Verder lezen

Ademnood

the-best-country-songs-about-angels

De Stilteruimte heeft mij, voor het komende jaar althans, genoeg inzichten verschaft. Ik besluit dapper om de mensheid weer op te zoeken. Maar al gauw heb ik spijt van mijn impulsieve verhuizing. De hoeveelheid aan witte jassen neemt plotsklaps alarmerend toe. Ik krijg er bijna een hartverzakking van. Zoveel artsen tegelijk! Het lijkt wel een kudde losgelaten lente koeien. Dit kan slechts één van twee dingen betekenen. Ofwel er is een ramp gebeurd. Ofwel het is lunch tijd. Dat laatste lijkt mij eerder het geval, gezien de opgewekte gezichten. Dit zijn duidelijk geen ramp doctoren, maar hongerige doctoren. Studenten, radiologen, co-assistentes, verpleegsters, artsen, professoren, noem maar op, stiefelen met z’n allen enthousiast voorbij. De verscheidenheid is enorm. Gelukkig voor mij zijn het dus wél, over het algemeen, volijke medici. Stress is namelijk zeer besmettelijk en mijn niveaus zitten al vrij hoog. Zittend op mijn plastic bankje, nog altijd wachtend op de scan, bekijk ik de toestromende hordes.  Ja, lunch time in het LUMC heeft veel weg van grazing time in the African Bush. Ik zou er bijna een foto van maken, maar ik heb mijn mobiel niet bij me. Daar baal ik nog steeds van, ondanks mijn verblijf in de Stilteruimte.

Verder lezen

© 2018 Nina Cookson

Theme by Anders NorénTop ↑