picture-1-89

Met koffie, thee en koekjes verzamelen wij ons in een hypermoderne conferentiezaal ergens in het midden van ons land. Dit is een jaarlijks terugkerend ritueel waar wij met z’n allen reikhalsend naar uit kijken. De één rolt zich voorzichtig naar binnen met behulp van een rolstoel, al dan niet met begeleiding, de ander wandelt binnen op eigen benen, maar met een hoofd vol existentiële vraagtekens. We zijn allemaal onder de 40  en daarmee zijn wij dan ook officieel nog wat ze noemen jongeren. We laten ons niet afschrikken door de hypermoderniteit van deze naamloze zaal. Sterker nog, wij laten ons door niets en niemand afschrikken. Behalve door de Dood. En daarom zijn wij nu juist hier, tezamen met ons kopje cappuccino. We willen Hem laten zien wie hier de baas is. Dit is het jaarlijkse Euthanasie Symposium voor Jongeren.

Voor sommigen verschijnt de Dood als een zwarte kater die zich steeds maar weer verveelt, daar boven in zijn speelhok. Als tijdverdrijf speelt Hij een cru spelletje met hun leven in de vorm van een steeds terugkerende kanker of een spierziekte met terminaal verloop. Dit vermaakt Hem gedurende enige tijd. Dit kan zijn maanden, vaker nog gaat het echter om jaren. Dit is namelijk een spelletje waar Hij behoorlijk bedreven in is geraakt. Hij speelt met verve. Hij weet toch wel dat Hij gaat winnen. Dan is het natuurlijk de uitdaging om het spelletje zo lang mogelijk vol te houden. De opkomst van de farmaceutische industrie helpt Hem hierbij een handje. Hij kan wel eeuwig doorgaan met zijn chronische-ziekte-spel maar op een gegeven moment is het genoeg. Dan roept de mens: ‘Just kill me’. En neemt zo het heft in eigen handen.

Voor anderen is de Dood die ene verboden flirt die ze maar niet met rust kunnen laten. Hij is hun geheime droom. Gevangen in hun eigen hoofd zoeken ze erkenning voor een gevoel dat maar moeilijk te benoemen is. Eenzaamheid? Uitzichtloosheid? Wanhoop? De Dood begrijpt hen altijd. Hij is een prachtige projectie vanwege zijn onbekendheid. Samen dansen zij dus door het doolhof van de psychiatrie. Beiden weten dondersgoed dat het nergens toe kan leiden. Het is een doodlopende zaak. En toch gaan ze door. Suïcidaliteit as a way of life. Het is verslavend. Ook hier komt er een moment waarop de mens zegt: ‘En nu is het genoeg. Ik kan niet meer. Laat me hieruit.’

En zo gebeurt het dat we elk jaar weer dezelfde mensen tegenkomen. De suïcidalen, de chronisch zieken. We hebben allemaal wel een verhaal waar je U tegen zegt. Dat schept een band. Men deinst hier niet terug voor de brute waarheid van het leven, namelijk de Dood. Je zou denken dat de bezoekerssamenstelling van zo’n euthanasie symposium zich elk jaar weer zou verversen maar niets is minder waar. Stug gaan wij door, als een stel kakkerlakken overleven wij bijna alles. Misschien juist omdat wij weten dat er een uitweg is. Wanhoopsdaden voortkomend uit onmacht kunnen weloverwogen, bewuste keuzes worden wanneer men weet waar de exit is. Dat geeft rust.