fabeltjeskrant-02-10

Ik ben geen kok, maar van met eten spelen in de badkamer word ik oprecht blij. Neem mijn nieuwste badkamer liefde, cacao poeder. Ik masseer het op droog haar, dichtbij de wortels en bingo, ik heb prachtig, schoon haar dat ook nog naar chocolade ruikt. Ik vind het wonderlijk. Af en toe gebruik ik nog steeds koffie of een ei onder de douche, maar cacao is absoluut mijn favoriet. Experimenteren is ook gewoon leuk. Soms gaat het natuurlijk mis, maar dat neem ik op de koop toe. Dat heet dan Ervaring. Mijn kokosolie experiment is bijvoorbeeld faliekant mislukt waardoor ik onverhoopt een tijd lang met een blauwe kaas luchtje heb rondgelopen. Nu ben ik wijzer en weet ik dat er grenzen zijn. Tegenwoordig smeer ik mij dus in met amandelolie.

Feitelijk is mijn hele badkamerritueel op de schop gegaan de laatste paar maanden. Niet iedereen geniet echter evenveel met me mee en dat vind ik bijzonder spijtig. Zo heb ik vorige week een ontdekking gedaan, waarover de opinies nog verdeeld zijn in Huize de Vries. Namelijk Appelcider Azijn als deodorant. Ik smeer gewoon een beetje onder mijn oksels en vervolgens stink ik naar azijn waardoor je mijn zweetgeur nauwelijks meer waarneemt. Als halve Brit ben ik natuurlijk genetisch voorbestemd om de smaak van azijn te appreciëren, mijn Hollandse man en kind zijn dat blijkbaar niet. Mijn zoektocht gaat dus voort, wat het okseldilemma betreft.

Zoals je ziet is mijn houding met betrekking tot voedselproducten in de badkamer bewonderenswaardig ongecompliceerd. Al zeg ik het zelf. Ik experimenteer, ik geniet en ik schaam me nergens meer voor. Helaas is dat wel eens anders geweest. Ooit had ik namelijk Issues met Eten. Mijn dokter noemde deze issues ‘anorexia’. Mijn alter ego destijds, Juffrouw Mier, was diep beledigd. Zij hield de boel toch gewoon goed schoon, zowel van binnen als van buiten? Dat rommel, vet, snoep, koolhydraten en genieten dan strikt uit den boze waren, spreekt voor zich. Maar goed, één groene Granny Smith als lunch is niet voldoende. Niet als je ontbijt slechts een rode grapefruit was. Dat snap ik nu zelf ook wel. En daarmee ben ik gelukkig anorexia-af.

Gek genoeg was mijn eetlust ongekend groot toen ik kanker had. Zo was ik in staat om voor de lunch twee krentenbollen met daarop boter, kaas, salami, een hardgekookt dan wel gebakken ei, alfalfa (ofwel groen schaamhaar) plus een komkommer (voor de crunch) te nuttigen. Als drinken chocomelk en als toetje chocolade. Mijn excuus was de chemo, maar was dat slechts een dunne dekmantel der schone schijn bovenop de vieze vuile werkelijkheid. Feit was dat ik me eindelijk eens een keer goed liet gaan, zonder angst voor de consequenties. Juffrouw Mier was in geen velden of wegen meer te bekennen. Van het ene uiterste naar de andere dus, onder de noemer ‘Carpe Diem’.

Tegenwoordig zoek ik in eten een gezond balans. De gulden middenweg. Helaas is en blijft dit een gevecht. Dat heeft vooral te maken met mijn hormonale stand van zaken. Die wil nog wel eens roet in mijn  goede intenties gooien. Bij lage cortisol gehaltes verlang ik bijvoorbeeld heel erg naar zout. Zo ben ik in staat om van havervlokken, water en vooral heel veel zout een prachtige ‘porridge’ te maken, volgens het recept van een Schotse oud oom van mij. Je bespaart er ook nog eens geld mee, moet hij hebben gedacht aangezien hij zelf geen bijnier problemen had. Gelukkig heb ik wél een goede reden, namelijk de Ziekte van Addison.

Hormonen. Ik geef ze overal de schuld van. Zo mag ik van mezelf  een aantal dagen per maand ongegeneerd genieten van alles wat los en vast zit. Juist dáár waar ik me doorgaans heel goed kan inhouden. IJs, dikke lagen boter, slagroom, volle melk…. een tsunami van verlangen ervaar ik, onder invloed van die vervloekte PMS. Zelfs nu nog, na mijn sterilisatie! De relevante hormonen dienen nergens meer toe en tóch spelen ze nog steeds de baas. Ik zucht inwendig en ga er gewoon in mee. Soms kun je ook niet anders. Inmiddels heb ik daar vrede mee. Voordeel van ouder worden; je weet dat alles cyclisch is.

Tegenwoordig kunnen Juffrouw Mier en ik dus goed door één deur. Zij speelt niet meer de baas, maar ze is evenmin verbannen. Ik heb in de loop der jaren namelijk ontdekt dat ze ter ondersteuning van mijn wilskracht best handig is. Vaak ben ik echter Oostindisch doof voor haar gemekker en ga ik gewoon lekker mijn eigen gang. Gek genoeg blijf ik in de keuken vrij saai en behoudend. Mijn man is kok, dus dat scheelt een hoop druk. Gelukkig haal ik het in de badkamer ruimschoots weer in. Daar experimenteer ik erop los. Met amandeloliegezichtscrème en cacaopoedershampoo als gevolg. Not to mention Appelcider Azijn deodorant.

Ik heb ooit een boek gelezen waarvan de premisse het volgende was: hoe vrouwen tegenover eten staan, zo staan ze tegenover het leven zelf. Als ik ervan uitga dat dat klopt, dan boek ik, geloof ik, resultaat. Helaas voor mijn huidcellen ben ik echter nog steeds niet overgestapt naar een of ander UV-filtertje. Kennelijk is zo’n fatalistische Carpe Diem houding als de mijne moeilijk uit te roeien als die eenmaal in gang is gezet. Koppig en eigenwijs ben ik ook, naast experimenteel en vernieuwend.