clover

“Je mag van geluk spreken dat je nog leeft”, zei de verpleger tegen hem toen hij wakker werd met negen gebroken ribben, een gekneusde nier,  een hersenschudding plus óók nog eens twee gebroken polsen- puur om de cocktail van kloterigheid compleet te maken.

“Alles wat hierna komt, is bijzaak”, voegde diezelfde verpleger er vervolgens vrolijk aan toe.

 

Het was goed bedoeld. Natuurlijk was het goed bedoeld. Maar ik zag wél verdriet in de ogen van de man die gevangen zat in zijn gebroken lichaam, als Humpty Dumpty na de val, toen hij mij dit voorval  navertelde.

Het gebeurde zo: hij deed zijn ogen open en zag het Licht. Dat heb je nu eenmaal op de Spoedeisende Hulp. Heel veel licht. Al helemaal als je plat op je rug ligt en slechts omhoog kunt kijken, rechtvooruit, zonder je te kunnen bewegen. En dan was daar ineens een donkere gezicht, middenin zijn stralende gezichtsveld. Die hem bovengenoemde wijsheden toesprak, als waren het raadsels die hij moest trachten op te lossen, alvorens bevrijd te mogen worden.

Zalige onwetendheid, gedreven door ladingen morphine. Waarom zou je die breken?

Van het hele incident wist hij namelijk niks meer. Rond rijden op zijn scooter, dat was het laatste geheugenkaartje welk hij uit zijn memorybank kon vissen. Tachtig jaar oud en nog altijd ‘de stoere bink’ – volgens zichzelf. Toen nog wel, ja. Hij glimlachte wrang naar mij en wreef over zijn pols.

Vervolgens was daar zomaar, pardoes een meisje. In een auto. Ze had net haar rijbewijs gehaald en mocht daar eigenlijk helemaal niet rijden. Het schijnt dat zij nu psychiatrisch patiënte is geworden.

In zijn beleving, was niet het ongeluk ‘de voorval’ maar het wakker worden daarna. Dat was pas de val.

Maar: hij moet van geluk spreken. Dat hij nog leeft. De rest, is bijzaak.

 

There is a crack, a crack in everything

That’s how the light gets in.

“Anthem” Leonard Cohen