shining460

Bijna ging ik jullie weer lastig vallen met nog een vervolg op mijn scan ervaring. Ik kan een hoop halen, uit een zo’n ziekenhuis bezoek. Let maar eens op! Maar ik hou me in. Op den duur wordt een ander onderwerp wenselijk. Ook voor mij. Ik wacht namelijk alweer drie weken op de uitslag. Het zou vier weken hebben geduurd, maar ik heb gebeld en gezegd dat mij dat écht te ver ging. Ðat kan ik jullie niet aandoen. Dus hebben ze mijn afspraak vervroegd naar drie weken. Zeer schappelijk van ze. Ondertussen weet ik mij geen raad. Ja, de laatste uitzaaingen waren inderdaad acht jaar geleden. Ja, ja, ja en nog eens, verdorie: JA. Dat wéét ik. Maar toch. Hardnekkig is mijn hoofd. En in mijn hoofd zit, ondanks het feit dat ik nog leef, het volgende; “Twintig procent overleeft de eerste vijf jaar na diagnose. Daarna worden de percentages steeds kleiner”.  Als ik zo’n zinnetje midden in de nacht tegenkom, ben ik nergens veilig. Nog zo’n zinnetje die ‘s nachts blijft spoken: “Het is niet een kwestie óf het terugkomt, maar wannéér”. Er bestaat geen verstopplek, voor zoiets. Hij zal je altijd vinden. Feitelijk ben ik door de oog van het naald gekropen. En kruip ik nog steeds.

 

 

Nu is het natuurlijk al een tijdje stil, op de kanker front. Het zou flauw zijn om dat niet op te merken. Dus bij deze: ik ben er zeer dankbaar voor.  Echt. Don’t get me wrong. Ten tijde van zo’n scan verwacht ik juist vanwege die langdurige stilte ieder moment Jack Nicholson  uit mijn lichaam te zien springen met de fabuleuze woorden; “Here’s Johnny! I’m back!” Wellicht is dit te wijten aan PTST. Ik bedoel, na zoveel uitzaaiingen is een zekere gepaste Pavlov reactie niet eens zo heel erg gek. Zo troost ik mijzelf althans. Op de momenten waarop ik van mezelf positief moet blijven. Net zo gek voor mij, is het idee dat je dapper bent als je de kanker gevecht aan gaat. Hoezo, dapper? Hoezo, een gevecht?  Is er dan een keuze? Ik zou het liefst weg rennen en mezelf verstoppen, tot het einde van de wereld. Dan is er pas rust. Maar helaas. Het lukt me niet om uit mijn lichaam te treden. Dat heb ik meerdere malen geprobeerd, met behulp van allerlei middelen. Waarvan methadone verreweg de leukste was. Uiteindelijk was een verslaving het gevolg (niet aan de methadone overigens) en dus ben ik er maar mee opgehouden. Dat kon ik mijn dochter niet aandoen.

Verder doe ik het heel goed, hoor. Ik heb tenslotte de yoga gevonden. Vergeet dat niet! Het helpt. Zeker als ik er extra veel bedweldmende wierook bij brandt en alle deuren en ramen dicht hou. Dan lijkt het net alsof ik zweef.  Ik zoek tegenwoordig mijn escape in de eeuwigheid. Vannochtend nog mijn Karma gedaan bij de yoga studio. Daarbij een Yogi theezak weten te bemachtigen met daarop de volgende wijze woorden; ‘Du bist Gott und Gott ist Du.’ Ik weet niet zo goed wat ik hiermee aanmoet, maar dat zegt op zich niet zo heel veel. Dat heb ik wel vaker met dingen in het leven. Wat moet ik ermee? Goed, je stopt het in je portemonnee en gaat weer verder. Ook heb ik van de week een nieuwe elektrische tandenborstel gekocht. Geen enorm spannende ervaring, dat begrijp ik. Maar de reden waarom, die is op zich niet zo heel erg evident en wil ik daarom graag met jullie delen. Ik had immers ook beloofd van onderwerp te veranderen.

Kijk. Normaal gezien, gaat je oude tandenborstel dood. Op een gegeven moment is het gedaan met de pret. En dus koop je een nieuwe. Dit léék bij ons ook het geval. In eerste instantie. De oude wiegerde op een gegeven moment dienst en dus ging ik een nieuwe halen. Simpel huishoudelijk kusje. Zou je denken. Twee avonden later echter. Ik zat uitgeput op de bank nadat mijn dochter dan eindelijk in slaap was gevallen, toen ik een gekke vibratie vanuit de hal hoorde komen. Verrek, dacht ik, dat zijn de nieuwe buren! Het is aannemelijk dat zij eens gaan boren. Maar moet dat nu? Ik hoop dat ze mijn dochter niet wakker maken. Vervolgens maakte irritatie plaats voor blozende beschaamdheid. Bij nader inzien was dit geen geboor… Het klonk aanmerkelijk zachter dan geboor… Aan de andere kant woont een dame, die vast wel van een vibratie houdt, schoot het door me heen terwijl ik me in mijn thee verslikte. Zó’n geluid was het namelijk. Ik bleef vertwijfeld op de bank zitten. Het was me niet duidelijk of ik dit wel wilde horen. Ik wachte mezelf af. De nieuwsgierigheid overwon. Behoedzaam, op mijn tenen, sloop ik mijn eigen gang in.

Tot mijn enorme verbazing leek het geluid uit de washok te komen. Ik dacht aan vluggertjes op vibrerende wasmachines. Ik dacht aan nymfomane poltergeisten. Ik dacht aan van alles, behalve aan mijn oude elektrische tandenborstel. Maar die was het, werkelijk waar. Prins heerlijk zat dat ding daar in z’n eentje te vibreren. Zonder tandpasta zelfs! Gewoon zomaar. Voor de lol! Zulke zaken zijn niet natuurlijk. Ik heb, bij nader inzien, toch liever een poltergeist. Gauw sloot ik de deur. Had ik hem maar meteen weggegooid, dacht ik nog. Serve me right. Dat uitgerekend ik dan een tandenborstel met humor tref. Eentje met een eigen wil. Werkt alleen wanneer het hem blieft.  Het was me duidelijk. Over sommige zaken heb je geen controle in het leven. Toen de absurditeit van het geheel  tot me doordrong, moest ik wel lachen. Om het leven. Om mezelf. Om mijn vibrerende tandenborstel die maar niet dood wil gaan. Om alles en om niets. Als je niet huilt, kan je maar beter lachen.

“If I got rid of my demons, I’d lose my angels”

Tennessee Williams