walkabout

Floepie Een en Floepie Twee dus. Op een gegeven moment werd duidelijk dat de aanwezige Floepie een mini klein littekentje had op zijn (of haar) linkerachterpoot. Aha! We hadden er te maken met slechts één. Ze wisselden mekaar dus niet af om mij gek te maken. Dat was jammer want, ondanks de ietwat nare bevestiging van mijn paranoia, zou mij dat in elk geval schelen met zorgen. Hun gender is mij eerlijk gezegd nooit helemaal duidelijk geworden en is eigenlijk ook irrelvant in het groter geheel…voor mijn eigen gemak heb ik ze maar tot kater benoemd. Gewoon omdat ik kaders prettig vind. Geeft rust en duidelijk in het leven, ook al zijn ze niet per definitie ergens op gebaseerd. Maar zo’n gek, klein littekentje, die konden ze toch niet allebei hebben? Dat leek mij stug. Hoewel, ze zeggen dat identieke tweelingen vaak dezelfde pijnen voelen… Nu kan dat wel zo zijn, maar daadwerkelijk dezelfde fysieke verschijnselen vertonen gaat mij dan toch nét een stapje te ver. Ook ik heb mijn grenzen. Zij waren dus beslist niet een-en-dezelfde wezen, twee keer tot uiting gebracht in de materiele wereld. Nee. Dit was vele malen erger! Er was er eentje foetsie. Dat moest haast wel. Wat te doen?

Gelukkig was daar de moderne technologie. Ik appte naar de eigenaren die lekker in het Franse zonnetje zaten te genieten en legde ze de precaire situatie (enigzins beschaamd) uit. Voor zover mij dat lukt via de Whatsapp, geneigd als ik ben om lange verhalen te maken van een kleinigheid. Het antwoord was echter kort en krachtig en luidde als volgt; ‘Oh, maak je geen zorgen, hoor! Een van de Floepies (ook zij konden ze niet van mekaar onderscheiden, kennelijk was het littekentje hen ook nooit opgevallen) gaat regelmatig op walkabout. Niks om je druk over te maken. Die komt vast wel weer tevoorschijn. Gebeurt wel vaker.” Nu is dat allemaal heel erg Zen, deze laissez-faire houding ten opzichte van het leven en haar bijbehorende kaders (ja, daar ga ik weer met mijn kaders), maar hadden ze mij niet even van te voren kunnen waarschuwen?  We leven toch niet in de Australische bush, waar het een komen en gaan is wanneer het men blieft! Kom zeg. Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik mij erover opwond. Nadenken is daarom ook niet altijd bevoordelijk voor mij. Maar het zit er nu eenmaal ingebakken en dus doe ik het.

Deze Floepie was zelfs een keertje meegegaan met de verhuizers. Hoorde ik van de eigenaren toen ze eenmaal terugwaren uit hun Franse Oord en de vermiste Floepie wederom zijn opwachting had gemaakt. Tot eenieders geluk, de mijne wellicht nog het meest. Helemaal naar hun opslagplaats was hij ooit meegereisd, deze reislustige Floepie. Stiekem. Hij (of zij) had zich namelijk verstopt in een van de verhuisdozen. Weigerde zich waarachtig de nieuwe situatie eigen te maken en vertrok liever met de Noorderzon. (Letterlijk want de opslagplaats lag in Noord). Niet helemaal zelfstandig uiteraard maar dat zou dan ook te veel zijn gevraagd voor een dikke kater (of poes) zonder rijbewijs. Deze loze dadendrang, als een boomerang zonder richtingsgevoel, snap ik wel. Ook ik heb daar, in tijden van stress, last van. Dan voel ik mij genoedzaakt IETS te doen. Omwille van het doen. Feitelijk haal je hiermee natuurlijk niets uit. Maar daar gáát het niet om, op zo’n moment! Waar het om gaat is de overtollige adrenaline (in mijn geval helaas synthetische) kwijt zien te geraken. Op welk manier dan ook. Wat dat betreft kon ik die Floepie jammer genoeg wel begrijpen.

Tot mijn enorme verwarring was mijn eigen verontwaardiging wellicht dus niets meer en niets minder dan een teken dat ik precies hetzelfde wil. Mij verstoppen in een verhuisdoos en verdwijnen tot het allemaal voorbij is. Wat een wens! En dat vermomd als verontwaardiging. Heel banaal eigenlijk, als je het zo bekijkt.