Een vriendin vroeg me afgelopen week mee te gaan naar een aantal proeflessen op de Dans Academy.  Nu is dansen doorgaans niet mijn ding. Mijn vriendschap met haar was het me echter waard om buiten mijn comfortzone te treden. Bovendien was het gratis. Ik heb het inmiddels onder de noemer ‘levenservaring’ geklassificeerd. Nu weet ik in elk geval waarom ik mij alleen op de dansvloer begeef bij Drum & Bass feestjes. Het is er donker, de meeste mensen zijn stoned en het valt dus niemand op dat ik ongecoördineerd uit het ritme dans. Maar in de felverlichte danszaal, vol glimmende spiegels en een twintigtal dames-met-dans-ervaring om me heen, was er écht geen ontkomen meer aan. Ik kan gewoon niet dansen.

De leraar was jong, onmogelijk mooi en vooral heel erg gay. De vrouwen waren oud, fit en rijk (we spreken hier natuurlijk over IJburg). Helaas voor mezelf en de anderen mocht ik vooraan, op de eerste rij. Daar ging het al mis. Ik kan namelijk niet in spiegelbeeld werken. Met mijn dyslexie is dat een vrijwel onmogelijke opgave. En dus keek ik de hele tijd achterom om te zien wat de anderen deden, waardoor ik nóg meer in de knoei kwam met de ingewikkelde danspassen. De dames achter mij waren intussen als ramptoeristen zo gefocust op mijn bewegingen dat ze hun balans verloren.

‘Hoe kan een mens in godsnaam zoveel pasjes onthouden?’, vroeg ik mij bezweet en lichtelijk gestressed af, terwijl ik over mijn eigen voeten struikelde. De leraar, die medelijden kreeg, zei dat de muziek de leidraad moest zijn. Als je dìt hoort, dan doe je dàt. Dat ik het veel te druk had met overeind blijven om me met de muziek bezig te houden, durfde ik hem niet te vertellen. Een mens kan maar zoveel tegelijk. Althans, ìk dan.

Waarom ik niet kan dansen? Het antwoord is volgens mij tweedelig. Ten eerste heeft het overduidelijk met multi-tasken te maken, zie anecdote hierboven. Dat ik dat niet kan is een gegeven, ik heb er inmiddels vrede mee. Maar toch vraag ik me in deze context af, ‘Waar leg je in godsnaam je focus op?’ Ik ben namelijk gedwongen een keuze maken. Als er gezang in het spel komt, is het voor mij simpel. Ik word volledig geabsorbeerd door de woorden, beweeg daar vervolgens op en noem het dansen. Dat er onder de woorden zoiets als een beat zit, heb ik dan eigenlijk niet meer door. Lyrics en stem winnen het bij mij dus altijd.

Nu was er bij Klassiek Ballet natuurlijk geen gezang, waardoor ik totaal geen leidraad had. En de lyrics bij Modern, Portugese hiphop wel te verstaan, brachten mij juist in de problemen daar ik verwoede pogingen deed te begrijpen waar de zanger zo enthousiast over zong. Was zijn kanarie jarig? Had hij een nieuwe kapsel? Of was zijn blinddate succesvol verlopen? Dát wil ik weten, niet welke pasjes ik moet doen.

‘Maar de beat dan?’, hoor ik jullie roepen, ‘De beat! Vergeet de beat niet!’ Nu komen we dan eindelijk bij punt twee met betrekking tot mijn dans issues. Namelijk het volgende. Ik heb geen ritme gevoel. Echt totáál niet. Mijn ouders hadden het gelukkig al snel door. In mijn ver verleden was er echter eens een oud tante, concertpianist en tevens ook optimist, die mijn moeder niet geloofde. Iederéén heeft ritme, zei ze. Maar na slechts een uur samen achter de piano moest ook zij spijtig toegeven dat de wonderen de wereld nog niet uit waren. Inmiddels ben ik er trots op. Niet iedereen kan consequent naast het ritme zitten. Ik wel.

Ik denk dat mijn dansgebrek voornamelijk voor anderen lastiger is. Neem mijn man, daar heb ik het wel eens mee te doen. Hij heeft een uitstekend ritme gevoel en zat als kind op Jazz Ballet. Op dansvlak treft hij het dus niet met mij. Toen we mekaar net kenden probeerde hij het nog wel eens, dat gedans wat je dan samen doet. Ik deed dan heel hard mijn best niet op zijn tenen te trappen en hij hield zich keurig voor mij in zodat ik hem nog enigzins kon volgen. Het resultaat was aandoenlijk. En uiteindelijk vielen we toch bijna altijd om.

Tegenwoordig dansen wij nog weleens samen, waarbij hij zichzelf beschermt tegen mijn rondvliegende ledematen en ik vol bewondering zie hoe subtiel hij zich kan bewegen op voor mij onvindbare beats. Bewondering heb ik ervoor, maar lukken zal het me nooit. In woorden zoek ik echter een ritme, een muziek, die ik nergens anders vind. Mijn oud tante had dus gelijk, iedereen heeft ritme. Alleen komen die niet altijd overeen met elkaar. En dat is niet erg.  We hebben inmiddels onze eigen ritmes herontdekt en vallen bijna nooit meer om.

Niet kunnen dansen is dus lang niet zo dramatisch als het lijkt. Mits ik mij niet meer opgeef voor gratis proeflessen is er prima mee te leven.