batmobile

Ik heb zojuist luizengepluist op school. We waren met drie moeders en dus binnen nó time klaar. Gelukkig. Ik zie er altijd tegenop, tegen dat gedoe, maar als ik er eenmaal ben, vind ik het (ondanks mezelf) vaak best gezellig. Helaas voor mij vergeet ik dat altijd direct na afloop. En dus moet ik – iedere keer opnieuw – mijn weerstand overwinnen. Wellicht helpt het schrijven van dit stukje als reminder, voor volgend jaar? Laten wij het hopen. Want er is mij één ding duidelijk geworden, sinds mijn dochter op school zit. Luizenpluizen doet niemand graag. Een openbaring! Werken is echter een uitstekend alibi met betrekking tot het vermijden van bepaalde vrijwillige zaken, zo is mij opgevallen. En ik werk niet…Kennelijk voel ik mij daarom steevast, met luidspreker en al, geroepen. Geheel onterecht, zo ben ik inmiddels van mening. En dus hield ik in eerste instantie  wijselijk mijn mond, toen de Opper Moeder (degene die alle mama’s en papa’s enthousiast maakt om dingen te doen waar ze eigenlijk helemaal geen zin in hebben) geheel vrijblijvend over de groepsapp opmerkte dat de meivakantie inmiddels voorbij was.

Vervolgens bleef het (uiteraard) een tijdje oorverdovend stil in diezelfde Whatsapp wereld. Dit viel des te meer op toen een aantal moeders daar een (voor mij ingewikkeld) gesprek begonnen te voeren over wie, welke kinderen, wanneer mee zou nemen naar de Avond Vier Daagse. Want; zij werken en kunnen daarom niet. Ik zag dit geregel-gesprek aan en zweeg. Mij niet gezien! Ik ken, godzijdank, mijn limieten. Met twintig kinderen onder mijn hoede door de Diemerpark hollen, is daar één van. Op een gegeven moment kon ik het echter niet laten om het volgende eruit te gooien, met betrekking tot die vergeten luizen: “Het enthousiasme voor het ontvlooien is wederom enorm. Donderdag en vrijdag zou ik kunnen…” En zowaar, ik kreeg meteen reactie. Men vond mij grappig. En maar liefst twee andere moeders konden ook ineens helpen. Hoezo grappig, dacht ik echter. Gelukkig was daar mijn dochter, geboren en getogen in Nederland, om mij te helpen. “Mama”, zei ze langzaam en duidelijk, alsof ze tegen een imbiciel sprak, “paarden en ezels hebben vlooien, kinderen hebben luizen.” Aha.

Dit heb ik dus wel vaker in het leven, dat het lijkt alsof ik nét uit een andere dimensie kom. Meestal pakt het goed uit (zie boven), maar soms ook weer niet… Neem laatst, in Center Parcs. Wij waren heen, op uitnodiging van zeer goede vrienden. Mijn enthousiasme  om hen weer te zien en tijd met hen te mogen spenderen was vele malen groter dan mijn aversie voor nep palmbomen, en dus gingen wij, gearmd met extra veel bikini’s, vrolijk op weg. Klaar voor de strijd met de subtropische zwemparadijs, die uiteindelijk, in al zijn glorie, heel erg bleek mee te vallen. Dit kwam mede door het aangename gezelschap waarin wij ons verkeerden en mede door mijn aanhoudende oorontsteking. Zonder Dolby Surround System in mijn hoofd ervoer ik alles namelijk tweedehands. Dit was niet onplezant, kan ik U vertellen. Het had een verzachtend effect op de vele aanwezige prikkels, die zich steevast als osmose in mij leken te willen boren, zonder enig respect voor mijn (half doorlatende) grenzen.

En toch. Ik merkte dat iets van mijn concentratie moest zijn opgelost toen ik, gezeten aan de ontbijttafel met deze lieve, charmante Vlamingen, vroeg om de jam. Stom! Ongeloof, onbegrip en het allerergste, medelijden vlogen om beurten als trekvogels van het ene Antwerpse gezicht naar het andere. Op gegeven moment sprak er één. “Ge bedoelt zeker den confituur?’ Daarbij keek hij me zo streng aan dat ik haast niet durfde toe te geven, dat ik inderdaad de confituur had willen hebben. Gelukkig kreeg ik die uiteindelijk wél en werd het mij vergeven dat ik mij had versproken. “Awel, zegt dat dan metéén,” was de laconieke reactie toen men uiteindelijk van de (culturele) schrik was bekomen.

Soms is het leven een moeras vol mijnen. Een vliegend Batmobiel zou daarom weleens fijn zijn, om alles met flair te mogen ontstijgen.

“Sometimes it’s only madness that makes us what we are.” – Batman