Maandjuli 2017

Nil Desperandum

paard

Nil Desperandum. Dat is de wapenspreuk van de familie Cookson. Een bewonderenswaardige spreuk, al zeg ik het zelf. De familiewapen, daarentegen, laat een paardenhoofd zien. Het waren paardenslachters uit Wales, oorspronkelijk. Voordat ze naar Zuid-Afrika gingen. Dus dat is er ook nog. Nil Desperandum en een paardenhoofd. Die twee vallen maar moeilijk met elkaar te rijmen, in mijn optiek. Zo’n paardenleven was absoluut géén pretje, moet je weten. Aan het eind van je (werkzame) leven werd je ‘knackerd’ verklaard en zonder pardon naar de knackery gebracht. Ofwel; het arme beest was op en werd om die reden afgeslacht. Daar sta je dan dus als paard, met je knackerd lijf. Afgedankt, afgeslacht en onthoofd. Maar… Nil Desperandum, jongens. Nil Desperandum! Was het een sadistische grap van de familie Cookson, paardenslachters pur sang? Of probeerden ze die beesten zo moed in te spreken alvorens hen naar de eeuwige grasvelden te sturen? Zoiets als zingend met de Titanic ten onder gaan? Ik kom er maar niet uit.

Verder lezen

De Inktvis

inktvis-plaatje-012

Hij staarde mij, met zijn ene oog, mistroostig aan vanuit de gootsteen waarin hij lag te dobberen. Zijn andere oog hing op zijn wang, als een traan. Ik zag hem zijn tentakels naar mij uitsteken om me mee te sleuren, de onpeilbare dieptes van de gootsteen in. Een nachtmerrie-achtige tocht dwars door de riolering van IJburg zou volgen, direkt naar zijn grot in het IJsselmeer. Hier zou hij me gevangen houden als slaaf. Om me pas na vele jaren van volmesting en treiterij heelhuids te veroberen. Dat die inktvis hartstikke dood was, deed hier helemaal niets aan af. Het is gewoon een Wetmatigheid der Natuur. Nina ziet slijmerige wezen, Nina rent gillend weg.  Wellicht dat het genetisch bepaald is? Gooi een spin of een muis mijn kant op en ik geef het liefde, een koosnaam en onderdak toe. Zo zitten mijn IJburgse ramen vól met spinnen, die elk onderhand een eigen naam plus familie geschiedenis hebben. Ik peins er inmiddels niet meer over om de ramen te lappen. Dat zou hun kolonie alleen maar verstoren. Bovendien scheelt het mij een hoop gedoe, natuurlijk. Dat ook. Maar die inktvis, die kon ik niet met zo’n zelfde laissez-faire houding laten dobberen, daar in de gootsteen. Het was hem óf mij. Dames en heren… Ik moet helaas bekennen. De Inktvis won. Ondanks zijn dode status. Wat volgt is het relaas van zijn overwinning.

Verder lezen

Kamikaze

kamikaze-big-picture-design-canvas

Toen ik IJburg voor het eerst zag, waren mijn eerste woorden; “Begraaf me liever levend.” Ik zag voor mij een kale, winderige vlakte waar duidelijk niks te beleven viel. Behalve veel wind dus.  Maar ik doe het gewoon nog! Ondanks alles, dames en heren, leef ik voort op bloody IJburg. Gescheiden, dat wel. Maar niet levend begraven. Het is me een wonder. Nog zo’n wonder; de scan uitslag was goed. Ik mag van de doktoren weer een jaartje verder. Verheugd als ik uiteraard ben, moet ik dit toch weer even verwerken. Het zet mij eerder aan het denken dan aan het feestvieren, eerlijk gezegd. Nu heb ik die neiging in het leven zowieso, maar het is duidelijk iets versterkt nu. Je stelt je toch ergens op in. Namelijk het ergste. Ik dan tenminste. Tis precies alsof ik wakker wordt uit een nachtmerrie en verbaasd om me heen kijk. Is dit mijn leven? Mag ik die écht houden? Ja dus. Dit is mijn leven. En ik mag die, voorlopig althans, houden.

Verder lezen

Demons

shining460

Bijna ging ik jullie weer lastig vallen met nog een vervolg op mijn scan ervaring. Ik kan een hoop halen, uit een zo’n ziekenhuis bezoek. Let maar eens op! Maar ik hou me in. Op den duur wordt een ander onderwerp wenselijk. Ook voor mij. Ik wacht namelijk alweer drie weken op de uitslag. Het zou vier weken hebben geduurd, maar ik heb gebeld en gezegd dat mij dat écht te ver ging. Ðat kan ik jullie niet aandoen. Dus hebben ze mijn afspraak vervroegd naar drie weken. Zeer schappelijk van ze. Ondertussen weet ik mij geen raad. Ja, de laatste uitzaaingen waren inderdaad acht jaar geleden. Ja, ja, ja en nog eens, verdorie: JA. Dat wéét ik. Maar toch. Hardnekkig is mijn hoofd. En in mijn hoofd zit, ondanks het feit dat ik nog leef, het volgende; “Twintig procent overleeft de eerste vijf jaar na diagnose. Daarna worden de percentages steeds kleiner”.  Als ik zo’n zinnetje midden in de nacht tegenkom, ben ik nergens veilig. Nog zo’n zinnetje die ‘s nachts blijft spoken: “Het is niet een kwestie óf het terugkomt, maar wannéér”. Er bestaat geen verstopplek, voor zoiets. Hij zal je altijd vinden. Feitelijk ben ik door de oog van het naald gekropen. En kruip ik nog steeds.

 

Verder lezen

© 2018 Nina Cookson

Theme by Anders NorénTop ↑